De combinatiepil

Er zijn veel verschillende soorten anticonceptiepillen, met verschillende hormonen. Zo heb je pillen met alleen progestageen, maar ook pillen met zowel een oestrogeen als een progestageen (ook wel de combinatiepil genoemd). De onderlinge verhouding van deze hormonen is per type pil verschillend. De anticonceptieve werking van progestageen op het baarmoederslijmvlies is te vergelijken met progesteron, dat door het lichaam zelf wordt aangemaakt. De laaggedoseerde eenfasepillen, waarbij in elke tablet dezelfde hoeveelheid oestrogeen en progestageen zit, worden ‘sub-50’- respectievelijk ‘sub-30’pillen genoemd, omdat ze minder dan 50 respectievelijk 30 microgram oestrogeen bevatten. Binnen de sub-50-pillen zijn er belangrijke verschillen in samenstelling. Dit kan onder meer invloed hebben op het al dan niet optreden van tussentijds bloedverlies, eventuele gewichtsveranderingen of zelfs stemmingswisselingen. De ene pil wordt beter verdragen dan de andere.

Naast de eenfasepillen bestaan ook meerfasenpillen. Tijdens de natuurlijke cyclus wisselt de hoeveelheid hormonen in het bloed voortdurend. Bij de opbouw van een meerfasenpil wordt hier tot op zekere hoogte rekening mee gehouden. Een strip van de driefasenpil bevat drie verschillend gekleurde tabletten, waarbij de hoeveelheid oestrogeen en progestageen verschilt per kleur. Een vierfasenpil bevat vier verschillend gekleurde tabletten waarvan de laatste twee geen hormoon bevatten; dit is gedaan om de kans op vergeten te verkleinen. De meeste pillen hebben een innameschema van 21 tabletten (drie weken) gevolgd door een stopweek van zeven dagen. Er bestaan ook pillen met een doseringsschema van 24 hormoonbevattende tabletten en vier placebotabletten zonder werkzame stof of met 26 hormoonbevattende en twee placebotabletten. De stopweek wordt in dit laatste geval korter en de werking kan drie dagen langer duren.

In deze brochure vind je een overzicht van de verschillende vormen van anticonceptie.