Foto van hormoonspiraal en koperspiraal

Het spiraaltje

Een spiraaltje, ook wel afgekort als IUD (Intra Uterine Device = voorwerpje in de baarmoeder), is een buigzaam kunststof voorwerpje van een paar centimeter dat in de baarmoeder wordt geplaatst. Een spiraaltje wordt door een arts of verloskundige ingebracht. De meeste huisartsen doen dit zelf; sommigen verwijzen door naar een andere huisarts, verloskundige of gynaecoloog. Een spiraaltje wordt bij voorkeur geplaatst tijdens de menstruatie, maar in elk geval binnen zeven dagen nadat de bloeding is begonnen. Nadat het spiraaltje in de baarmoeder geplaatst is, kan het meestal vijf jaar blijven zitten, mits er geen klachten zijn. Aan het uiteinde van het spiraaltje zit een dun draadje dat uit de baarmoedermond hangt. Met dit draadje wordt het spiraaltje later weer verwijderd.

Er zijn twee soorten spiraaltjes:

Hormoonspiraaltje

Het hormoonspiraaltje bevat net als de pil een hormoon waarvan de anticonceptieve werking op het baarmoederslijmvlies te vergelijken is met die van progesteron (een hormoon dat door het lichaam zelf wordt aangemaakt). Doordat dit spiraaltje het hormoon rechtstreeks aan de baarmoeder afgeeft, is er heel weinig hormoon nodig. Dit hormoon (progestageen) zorgt ervoor dat het slijm in de baarmoederhals taaier en dikker wordt waardoor de zaadcellen moeilijk in de baarmoeder kunnen doordringen en de eicel niet kunnen bevruchten. Daarnaast komt het baarmoederslijmvlies in een rustfase zodat het niet meer reageert op oestrogenen (vrouwelijke hormonen die in de eierstokken worden aangemaakt). Daardoor wordt er minder baarmoederslijmvlies opgebouwd en kan het bloedverlies lichter, korter en ook minder pijnlijk worden. Omdat het enkele maanden kan duren voordat dit nieuwe evenwicht wordt bereikt, kan tijdens de eerste maanden na het plaatsen soms onregelmatig bloedverlies optreden. Een aantal vrouwen menstrueert met verloop van tijd helemaal niet meer. Er zijn 2 soorten hormoonspiraaltjes beschikbaar in Nederland.

Koperspiraaltje

Het koperspiraaltje wordt in de baarmoederholte ingebracht. De werking berust op het “vreemdlichaameffect”. Een vreemd voorwerp in het lichaam veroorzaakt in combinatie met het toegevoegde koper een ontstekingsreactie van de cellen in de omgeving. Zo reageert het baarmoederslijmvlies ook op het koperspiraaltje. Door deze steriele ontstekingsreactie kan een eventueel bevrucht eitje zich niet kan innestelen.

De overeenkomst tussen deze twee typen spiraaltjes is dat bij beide een klein voorwerp in de baarmoeder geplaatst wordt door een arts of verloskundige, maar dat het werkingsmechanisme verschilt. De werking van het hormoonspiraaltje is met name gebaseerd op het progestageenhormoon dat de slijmprop in de baarmoederhals dikker maakt, waardoor zaadcellen er nauwelijks doorheen kunnen. Bij een koperspiraaltje berust de werking vooral op het ‘vreemdlichaameffect’. Een vreemd voorwerp in het lichaam veroorzaakt een milde ontstekingsreactie van de cellen in de omgeving zodat het baarmoederslijmvlies hierop reageert. (zie in hoofdstuk 2.2.2. meer over vreemdlichaameffect). Daarnaast zal bij het hormoonspiraaltje de hoeveelheid bloedverlies verminderen, terwijl dit bij gebruik van een koperspiraaltje juist vaak toeneemt. Beide typen spiraaltjes kunnen gebruikt worden in combinatie met borstvoeding.

In deze brochure vind je meer informatie en een overzicht van de verschillende vormen van anticonceptie.